Friday, September 19, 2008
Friday, January 21, 2005
STAMBOMEN ERFGOOIERS UIT 1933
Erfenis voor 3562 Erfgooiers
Het archief van de Vereniging Stad en Lande van Gooiland
Zoals elders in dit tijdschrift (1) beschreven is het omvangrijke
erfgooiersarchief onlangs overgebracht naar het Stadsarchief te Naarden. Dit
archief bevat naast talrijke Resolutieboeken, 530 archiefdozen. De totale inhoud
hiervan kan letterlijk en figuurlijk veel stof opleveren. In het navolgende
stukje wordt ingegaan op de inhoud van twee van deze dozen, namelijk de
afstamming van de erfgooiers.
In 1912 werd bij wetgeving De Vereniging Stad en Lande van Gooiland opgericht.
Na een bijna zeventig jarig bestaan vond de opheffing plaats in 1979. Het
archief van de vereniging kwam onder beheer van de Stad en Lande Stichting. Op
25 november 1993 is dit gehele archief verhuisd naar het Stadsarchief te Naarden
. Het materiaal is zeer omvangrijk. Naast de talrijke Resolutieboeken bestaat
het uit 530 archiefdozen. De totale inhoud kan letterlijk en figuurlijk veel
stof opleveren. Vandaar in onderstaande bijdrage alleen iets over de erfgooiers
afstammingslijsten. Deze liggen nu voor een ieder in het Stadsarchief ter
inzage.
Een puzzel van ruim duizend stukjes
"Wat het archief betreft moge vermeld worden, dat dit zoowel uit historisch als
uit praktisch oogpunt zoo waardevol bezit, in zeer onvolledige en ongeordende
toestand werd bevonden. Eerst na een vijftiental jaren ernstigen arbeid was
het systematisch en overzichtelijk gerangschikt",
aldus 'Stad & Lande' voorzitter Luden.
Anno 1993 is het archief nog volgens dit verouderde systeem 'gerangschikt'. Ook
nu zal het jaren duren eer het op hedendaagse wijze geordend en toegankelijk is.
Desondanks valt het niet moeilijk veel interessants te ontdekken. Alleen al de
archiefdozen 15.05 en 15.06 herbergen een schat aan informatie. De inhoud
bestaat uit genealogische gegevens van de meeste erfgooierfamilies. De
eerstgenoemde doos is gevuld met de stambomen uit Blaricum, Hilversum en
Naarden, de tweede met die van Bussum, Huizen en Laren. Iedereen, die zich
verdiept heeft in zijn 'roots', weet hoe boeiend maar ook tijdrovend zo'n hobby
is. Juist zulke mensen beseffen hoe enorm het karwei is geweest om al deze
afstammingslijsten te maken.
Luden had in 1915 alle Gooise gemeenten aangeschreven. Hij verzocht om
toezending van oude erfgooierslijsten. Hiermee kon de vaste kern van vooral
agrarische leden gecontroleerd worden.
In 1930 deden allerlei geruchten de ronde over een geheel of gedeeltelijke
opheffing van Stad en Lande. Het gevolg was een grote toeloop van nieuwe leden.
Omdat de bestaande lijsten nu niet meer voldeden, kwam Luden in een besloten
vergadering met een voorstel. Zijn plan werd aangenomen. Het hield in, dat men
van alle erfgooierfamilies afstammingslijsten zou laten samenstellen.
Stad en Lande gaf de opdracht aan het Genealogisch-Heraldisch Bureau, L.J.
Beuningen van Helsdingen te Bloemendaal. Genoemde genealoog klaarde geheel
alleen deze gigantische klus. De uitgebreide correspondentie tussen de
secretaris van Stad en Lande Jan L. van Os en de genealoog bleef bewaard (3).
Van 1931 t/m 1934 spitte Van Helsdingen in de Gooise archieven. Naast de
kerkelijke DTB's (Doop-, Trouw en Begraafboeken) raadpleegde hij ook de
impostkohieren op trouwen en begraven.
De werkzaamheden begonnen in oktober 1931. Stad en Lande zond aan het
genealogisch bureau de ledenlijsten uit 1930. Deze lijsten waren tevoren door de
Gooise gemeentesecretarissen voorbewerkt. Achter ieder lid vermeldden zij de
voorouders voor zo ver ze deze in de Burgerlijke Stand konden vinden. De
gemeenteambtenaren voerden dit uit als overwerk tegen betaling door Stad en
Lande van f 1,50 per uur. De gemeente Huizen stuurde als eerste de voorbewerkte
lijst in. Drie ambtenaren hadden hier in totaal 180 uur aan gewerkt. In de
begeleidende brief aan Van Helsdingen schreef Jan L. van Os:
"In de laatste kolom is aangetekend de laatste stamvader, die Uw uitgangspunt
is .... Er moet nu worden nagegaan, met de laatste stamvader te beginnen, of
de geboorten uit wettige mannelijke lijn afstammen, en wel tot ongeveer 1700,
daar de eerste lijst in 1708 is gemaakt. Zoodra een onwettige afstamming wordt
aangetroffen, kan dit worden aangeteekend in de laatste kolom en behoeft niet
verder gezocht te worden".
Op de lijst van 1708 (4) stonden 1088 personen. Het was een puzzel om hier
wegwijs uit te worden.
Slapende leden worden wakker
Stad en Lande gaf de genealoog geen duidelijke taak omschrijving . Wat de
precieze opdracht geweest mag zijn, ondubbelzinnig was ze niet. In de onderlinge
correspondentie stonden over en weer vraagtekens. Vaak was er ook irritatie
tussen de opdrachtgever en de uitvoerder. Pas in januari 1934 komt Stad en Lande
op de proppen met een principiële uitspraak. Met recht als mosterd na de
maaltijd, want het werk had in 1933 gereed moeten zijn. Na de genealoog jaren te
hebben laten ploeteren, kwam een schrijven, dat ook 19e eeuwse ledenlijsten
bestonden. Als klap op de vuurpijl sleepte Stad en Lande de Erfgooiswet van 1912
erbij:
"De Erfgooierswet zegt, dat als vermoeden voor het erfgooiersschap geldt het
voorkomen op een der door of vanwege de overheid of de vergadering van Stad
en Lande vroeger opgemaakte lijsten".
Eenvoudig gezegd, van iemand die op de oude lijsten stond, behoefde niet bewezen
te worden dat deze afstamde van de lijst van 1708. Op aandringen van Van
Helsdingen stuurde Stad en Lande daarna de originele lijsten uit 1805, 1836,
1841, 1875, 1876 en 1886. Voor de genealoog was dit een vereenvoudiging. Bij de
van vader op zoon scharende (agrarische) families waren oude schaarlijsten
(recht om vee te weiden) automatisch de erkenning van het erfgooiersschap. Op
hun stambomen verwees de genealoog nu naar vroegere schaar- of ledenlijsten. Het
aantal scharende leden bleef vrij stabiel. De toename van de niet-scharende
(niet-agrariërs) was bij bepaalde gebeurtenissen explosief. Vooral toen ten
behoeve van het gestichte Goois Natuurreservaat het heidebezit van de erfgooiers
in 1933 werd verkocht. Er dienden zich toen families aan die op geen enkele
lijst na 1708 gestaan hadden. Deze zogenaamde slapende leden namen zelf een
genealoog in de arm om als erfgooier erkend en toegelaten te worden. Vooral in
Hilversum, waar in de 18e eeuw de doopboeken verbrand waren, gaf dit veel
problemen. Ook elders werden veel pogingen tevergeefs gedaan. Het uiteindelijke
resultaat was dat het aantal van 2122 leden in 1930 steeg tot 3562 in 1933. Het
was ook de moeite waard, want na de verkoop aan het Goois Natuurreservaat
ontvingen alle erfgooiers een uitkering van 566 gulden en vier cent. In de
crisistijd van die jaren was dit een zeer aanzienlijk bedrag.
Na 1933 nam de belangstelling van de niet-scharenden voor Stad en Lande af. In
de jaren zeventig nam dit weer toe bij de totale opheffing, waarbij per
niet-scharend lid f 5244.- werd uitbetaald (5).
Voltooid verleden tijd
De kosten en het onderzoek werden door het Genealogisch-Heraldisch Bureau
bepaald op f 5.- per dag (exclusief reiskosten). De gemeente Huizen was als
eerste aan de beurt. De ledenlijst van Blaricum vroeg de genealoog in november
op. Op 4 december verzuchtte hij: "Het werk is veel tijdrovender dan wellicht
oppervlakkig geoordeeld is". Eind januari 1932 was hij, op vijf geslachten na,
gereed met Naarden. De ontbrekende geslachten stamden uit Blaricum en Hilversum.
Om tijd te sparen en geen dubbel werk te doen, verzocht hij eerst andere
gemeenten af te werken. Hij schreef bovendien: "Ik ben sinds 18 December (1931)
met het onderzoek der lijst Naarden bezig geweest en heb daaraan 36 dagen
gewerkt".
Augustus 1933 vermeldde het bureau in een recapitulatie de stand van de
werkzaamheden. Huizen en Naarden waren gereed, aan de overige gemeenten werd nog
gewerkt. Ondanks dat waren er al 330 genealogieën opgesteld. Toch ontbraken nog
211 genealogieën, maar dat hield verband met de 19e eeuwse ledenlijsten. Er werd
een vinnige discussie tussen Van Helsdingen en Stad en Lande over gevoerd. De
genealoog wilde ook deze lijsten, tegen de zin van Stad en Lande, kritisch
onderzoeken. Eind oktober 1934 werd dit geschil voorgelegd aan de waarnemend
Rijksarchivaris van Noord-Holland. Deze koos de zijde van de genealoog. Het
aantal onderzochte afstammingen was groter dan het uiteindelijke aantal
erfgooiersfamilies. Veel van de nieuw aangemelde leden waren na onderzoek te
licht bevonden en afgewezen.
De definitieve uitvoering van de stambomen was per familie verschillend.
Uitgebreide genealogieën beginnen omstreeks 1700 en bestaan uit 5 a 6
generaties. Anderen beginnen later, maar verwijzen vaak naar een stamvader uit
een andere gemeente. Achter sommige 19e eeuwers staat het jaartal van een
schaarlijst uit die tijd. De in de jaren dertig levende laatste generatie is
meestal aangegeven met één of meer lidmaatschapnummers van de gemeente van
inwoning. Deze nummers zijn van de erfgooierslijst uit 1930. Om een indruk te
geven over de verdeling van het aantal leden per gemeente, volgt hier een
overzicht.
Gooise gemeenten;
Aantal: - gerechtigdepersonen; - verschillende namen; - stambomen
___________________________________________________________________________
gemeente.. 1708..1930.. 1965
------------------------------namen 1930..1965
--------------------------------------------stambomen 15.05 en 15.06
_______________________________________________________
Blaricum......104..165.....307.........31..44.............63
Bussum..........40..299.....661.........58..76............92
Hilversum.....384..597..1258...........84..98.........154
Huizen.........238..575..1604...........30..57..........72
Laren..........160..401....684..........48..59.........94
Naarden.......111...85....207...........26.. 54........... 31
buiten Gooi. 51....... 00..... 00________________________________
Totaa.........1088..... 2122... 4721 ________________________________
__________________________________________________________________________
Wie nu nog munt wil slaan uit zijn eventuele erfgooiersafstamming is te laat.
Zelfs ten onrechte afgewezen aanspraken zijn vervallen. Het erfrecht van de
erfgooiers behoort tot de voltooid verleden tijd.
NOTEN:
1) Tussen Vecht en Eem. 12e jrg. nr. 1 - februari 1994
2) E. Luden - Het Gooi en de erfgooiers. De Kroon. Hilversum 1931
3) Stad en Lande archief, doos 417
4) ARA Den Haag, archief Grafelijksrekenkamer inv. nr. 755 bis omslag 3.
5) De Gooi en Eemlander, 7 maart 1985.
AFBEELDINGEN:
Blz. 15: Foto van een ambtenaar, die met een loep het teruggevonden doopboek van
Hilversum bekijkt.
Onderschrift: "een der ambtenaren van het Rijksarchief te Haarlem". 11 Januari
1934
Blz. 19: Tekening van Jo Spier, met drie boertjes op weg naar Naarden.
Onderschrift: "Op weg naar de twee millioen".
__________________
TUSSEN VECHT EN EEM. 12e JRG. NR. 1, FEBRUARI 1994
F.J.J. de Gooijer
____________________________________________________
CORRESPONDENTIE TUSSEN 'STAD & LANDE'
EN HET 'GENEALOGISCH BUREAU' (1930-1934)
ST.& L. ACHIEF DOOS 26.12 NR. 417
Vergadering Stad en Lande op 4 december 1930
In de notulen is sprake van punt 16: "ONDERZOEK LEDENLIJST".
In de openbare vergadering volgt na agendapunt 15 echter de "RONDVRAAG"
volgens punt 17. Daarna volgt in het verslag de zin:
Hierna sluit de Voorzitter de openbare vergadering en wordt overgegaan in
besloten zitting ter behandeling van punt 16
'Onderzoek ledenlijst'.
In deze besloten vergadering is de volgende brief behandeld:
_________________________________________________________________________
GEHEIM
Agenda 4 December 1930. Toelichting op punt 16
Door den Secretaris is medegedeeld, dat hem toevallig is gebleken bij de
aangifte van nieuwe leden, dat op de ledenlijst personen voorkomen, die als
niet in wettige mannelijke lijn uit erfgooiers gesproten, daarop niet
behooren voor te komen.
Daarom wordt door hem de vraag voorgelegd of het niet gewenscht is de
afstamming van hen, die op de ledenlijst voorkomen, voorzoover zulks
mogelijk is, te doen nagaan.
over deze vergadering, doch ook hier niets over agendapunt 16. Toch blijkt
uit een brief van Stad en Lande (dd. 24 augustus 1931), dat het voorstel is
aangenomen. In deze brief staat onder andere:
____________________________________________________________
Naar aanleiding van het besluit, genomen in de Bestuursvergadering
van 4 December 1930, "om een onderzoek naar de afstamming van
elk lid te doen instellen en al het mogelijke onder oogen te zien om
daartoe te geraken" heb ik mij in de eerste plaats gewend tot de
secretarissen der zes Gooische Gemeenten en besprak met hen of
met de betrokken ambtenaren de kwestie.
Ofschoon allen in beginsel bereid waren hun medewerking te verleenen,
verklaarden zij, dat geen personeel en tijd beschikbaar was om zulks in de
gewone kantooruren te doen. Het werk moet dus in hoofdzaak in avonduren of
overigen vrijen tijd geschieden, waarvoor een billijke vergoeding te
betalen zoude zijn.
..... enz. ....
Genoemde Heer (de genealoog de Heer van Helsdingen)
, door de Heer de Jonge bij onze bespreking geroepen, verklaarde zich bereid tegen een
honorarium van f 5.- per dag het werk verrichten.
Het is moeilijk te voren na te gaan hoeveel tijd daaraan zal moeten
worden besteed, zoodat een kosten raming niet wel mogelijk is. het is een
zeer omvangrijk en tijdroovend werk, waarvoor ik zelfs geen globaal cijfer
durf te noemen.
Ter onzer secretarie kan veel worden verricht waardoor het door de
Gemeentesecretarissen en Rijksarchief te verrichten werk wordt verminderd,
door tevoren die leden groepsgewijze te verzamelen, die zich op eenzelfden
stamvader beroepen, zoodat dan door de Gemeentesecretarissen
begonnen kan worden bij dien stamvader, waardoor het aantal onderzoeken
sterk wordt verminderd. ook dit voorbereidend werk zal heel wat tijd kosten.
de Secretaris Jan L. van Os.
__________________________________________________________________________
Opmerking FdG:
Tot nu toe nog geen duidelijke taak omschrijving gevonden ten behoeve van
de genealoog Van Helsdingen. Wat zijn precieze opdracht geweest mag zijn,
ondubbelzinnig was ze niet. In de correspondentie tussen Stad en Lande en
de genealoog staan over en weer vraagtekens. Een zeer belangrijke principiële uitspraak van Stad en Lande volgt op 2 januari 1934. Deze uitsprak
komt als mosterd na de maaltijd. De slotdatum om als erfgooier van het
Natuurreservaat te erven is dan al voorbij. de aanleiding tot de verruiming
om als erfgooier toegelaten te worden komt voort uit een brief van de
genealoog. Deze schrijft aan Stad en Lande:
"Zooals ik reeds in mijn brief van 26 September (1933) opmerkte, behooren
de Naardensche geslachten Creijnen (Krijnen) en Van Eijden tot dezelfde
categorie waartoe U reeds door mij behandelde geslachten Hom, de Nooy en
Bakker van de Erfgooierslijst van Hilversum behooren. Lambert Teunis
Creijnen, die zich omstreeks 1806 te Naarden zal gevestigd
hebben" ..... enz. ...
[Opm. FdG: De genoemde families Hom, De Nooy en Bakker werden niet (meer)
erkend als erfgooier. In de correspondentiemap nr. 1 bevindt zich een
afstammingslijst gedateerd 26.09.1933, die begint met Sijmen Pietersz de
Nooy.]
Het antwoord van Stad en Lande op deze brief luidde (zie VI):
Dat aansluitingen alleen op de lijst van 1708 geldend / zijn is een
onjuiste opvatting van U. De Erfgooiers Wet 1912 / zegt:
'Als vermoeden geldt het voorkomen op een door of van / wege
de overheid opgemaakte lijst van leden' (zie art. 6 sub 2 der
bijgaande Erfgooierswet 1912'
Behalve 1708 zijn er nog lijsten opgemaakt o.a. in 1805, 1836, / 1841,
1876, 1877. De families Krijnen en Van Eijden komen op verschillende
lijsten voor!"Uw laatste zin is ons niet duidelijk. Afschrijving binnen / het jaar is
wettelijk niet toelaatbaar. De lijst is van kracht / van 15 Maart tot 15
Maart van het volgende jaar.
____________________________________________________________________
Opmerking FdG:
Het blijft een vreemde zaak, dat zo'n belangrijke passage uit de Erfgooierswet 1912 in een zo'n (te) laat stadium wordt aangehaald. De kwestie is nog vreemder, omdat het hier ging om 'slapende' niet-scharende leden of families ging. Beide families waren scharend.
De familie Krijnen stamde uit Blaricum, maar verhuisde in de achttiende eeuw naar Eemnes.
Daar woonde deze Krijnen-tak enkele generaties, om darna weer naar 't Gooi terug te
keren. Hun handelswijze was volkomen legaal. Van ouds her verloor een
familie het erfgooierschap slechts zolang het buiten 't Gooi woonde. De
genealoog wist toen nog niet, dat de Meeuwis Teunisz van de erfgooierslijst
van 1708 de voorvader van de familie Krijnen was. Dat was ook moeilijk,
want deze Meeuwis stond op de lijst van Blaricum, maar had ook op de
lijsten van de andere dorpen kunnen staan
_____________________
ST.& L. ARCH. DOOS 15.04 - NR. 152.
ONDERZOEK AFSTAMMING I
CORRESPONDENTIE MAP
Correspondentie tussen Stad en Lande en genealoog L.J. van Beuningen van Helsdingen.
zie : Stad en Lande 6321: http://www.gooienvechthistorisch.nl/
Stad en Lande heeft de brieven naast een datum ook voorzien van een nummer.
De genealoog vermeldt alleen een datum.
[Als afkorting is door mij Stad en Lande aangegeven met St. $ L. en de
genealoog met gen. - een brief van Stad en Lande gericht aan de genealoog
is door mij aangegeven als:
22.07.1932 St. &; L. aan Van Beuningen (brief nr. 1337)
Soms is de letterlijke tekst overgenomen, die is aangegeven met "tekst"
, soms is een samenvatting gegeven.]
[De brieven, die over en weer verstuurd zijn dateren van 1931 t/m 1934.
Stad en Lande heeft zijn brieven voorzien van de tekst 'Onderzoek ledenlijst'
__________________________
15.10.1931 St. & L. aan Van Beuningen (brief nr. 1973)
Gemeente Huizen is met de ledenlijst (1930) gereed. In de laatste kolom
(van de ledenlijst) is aangetekend de laatste stamvader, die is Uw uitgangspunt.
De rood doorgehaalden zullen buiten beschouwing blijven. De aakomschrijving
van St. & L. heeft FdG (niet St. & L.) ter verduidelijking met hoofdletters
aangegeven.
Onderzoek ledenlijst
De Gemeente Huizen is met de ledenlijst dier / Gemeente gereed, voor zoover
de gegevens ter plaatse aanwezig waren. / Deze lijst gaat hierbij./ In de
laatste kolom is aangeteekend de laatste stam- / vader, zoodat die het
uitgangspunt voor U zijn. De rood doorgehaalden zullen buiten beschouwing
blijven. /
ER MOET NU WORDEN NAGEGAAN, MET DE LAATSTE STAMVADER /
TE BEGINNEN, OF DE GEBOORTEN UIT WETTIGE MANNELIJKE LIJN /
AFSTAMMEN, EN WEL TOT ONGEVEER 1700, DAAR DE EERSTE LIJST / IN 1708 IS OPGEMAAKT. ZOODRA EEN ONWETTIGE AFSTAMMING WORDT AANGETROFFEN, / KAN DIT WORDEN AANGETEKEND IN DE LAATSTE KOLOM, EN BEHOEFT / VOOR DIE AFSTAMMING NIET
VERDER GEZOCHT TE WORDEN./
Mocht een en ander U niet duidelijk zijn, dan verneem / ik zulks gaarne
____________________________
21.10.1931 Van Beuningen aan St. & L. (antwoord op brief nr. 1973)
Alleen ben ik zoo vrij op te merken, dat het wellicht aanbeveling / zou
kunnen verdienen om bij de vermelding van den laatsten 'oudsten', / U
bekenden stamvader, tegelijkertijd den naam van diens echtgenoote / op te
geven. Hier doel ik dus op de lijsten die nog in bewerking zijn, / en mocht
brekend zijn, tot welk kerkgenootschap de personen in kwestie / behooren,
dan zou zulks eveneens daaraan toegevoegd kunnen worden, of / wel, alleen
van hen die niet tot de Nederlandsche Gereformeerde / of Hervormde Kerk
behoren./
Opm. FdG: De genealoog vraagt in bovenstaande brief aan St. & L. om ook de
echtgenote van de 'oudsten' te vermelden en ook het kerkgenootschap [de
secretarissen en/of ambtenaren van de verschillende Gooise gemeenten
moesten het voorbereidend werk doen. Daar deze mensen dit niet naast hun
gewone werk konden doen, werd dit werk door hen uitgevoerd in de avonduren
of in hun vrije tijd. Het uurloon dat zij kregen was f 1,50. D.w.z. de
genealoog kreeg f 5.- per dag van waarschijnlijk 8 uur. Het overwerk van de
ambtenaren kostte St. en L. per dag: 8 x f 1,50 = f 12.-. Zij werden dus
vorstelijk beloond uit de erfgooierskas, vooral als dit vergelijkt met de
werklozenuitkering van die tijd.
_____________________________
22.10.1931 St. & L. aan Van Beuningen (brief nr. 1989)
Antwoord op brief dd. 21.10.1931 van genealoog. Echtgenote en Kerkgenootschap
worden vermeld ... enz.
_______________________________
05.11.1931 St. & L. aan Van Beuningen (brief nr. 2043)
Lijst van Blaricum is door de gemeenteambtenaren van Blaricum nagezien. als
toelichting geeft Blaricum op dat met uitzondering van de volgende personen
iedereen R.K. is.
Uitzondering: JACOB KEIJER, GERRIT MARINUS KOOY en LAMBERT REBEL
_______________________________
00.00.1931 St. & L. aan gemeente Huizen (brief nr. 2060)
Stad en Lande betaalt de drie ambtenaren voor het totaal aan 180 uur
werk : f 250.-
________________________________
00.00.1931 St. & L. aan gemeente Blaricum
Stad en Lande betaalt de ambtenaar voor 60 uur werk: f 90.-
______________________________
07.11.1931 Van Beuningen aan St. en Lande.
"na het ontvangen van de ledenlijst Huizen het onderzoek direct heb ter
hand genomen en ononderbroken ben werkzaam gebleven .....
"vraag om ook de lijst van gemeente Blaricum te willen toezenden... "
"bekend zal zijn dat f 5.- per dag bepaald is."
(buiten de reiskosten waren de kosten voor het onderzoek f 5.- per dag
- zie ook 29.01.1932)
"overleg met de Rijksarchivaris en de Heer van Os ...
____________________________
11.11.1931 St. & L. aan Van Beuningen.
"controle der leden lijsten, waaraan door U 60 uren is gearbeid ... een
postcheque ad. f 90.- . "
____________________________
18.12. 1931 Van Beuningen aan St. & L.
"Resultaat Huizen verzonden aan Stad en Lande.
____________________________
29.01.1932 Van Beuningen aan St. & L.
"De stambomen van Naarden zijn gereed op een viertal geslachten na, drie
uit Hilversum en uit Blaricum.
"Het zijn resp. de geslachten Brouwer, Ridder, Splint, Vlaanderen - tak
en Ter Weijde".
Genealoog doet voorstel "ter besparing van tijd (deze geslachten)
te laten rusten tot de betreffende lijsten (van andere gemeenten)
klaar zijn."
Ook heeft hij vragen aan Naarden t.o.v. het geslacht Snijder en heeft hij de
ledenlijs van Laren nog niet in bezit.
"Overigens geeft deze lijst, evenals die van Huizen geen aanleiding tot
opmerkingen aangaande onwettige afstammelingen".
"Ik ben sinds 18 Dec. (1931) met het onderzoek der lijst Naarden bezig
geweest en heb daaraan 36 dagen besteed, mij competeert alzoo f 180.- en f
3.- reiskosten op 29 Dec.". " De giropost f 200.- heb ik in orde en dank
ontvangen."
_______________________
[opm. FdG: De genealoog schrijft soms over de 'Genealogische tafel'. Wat is
dit ? ]
________________________
08.03.1932 Van Beuningen aan St. & L.
"Ik ben met de Erfgooierslijst van Blaricum zoover gevorderd dat ik dezer
dagen die van Laren beslist noodig heb daar eenige families die in de lijst
van Blaricum voorkomen van Laren afkomstig zijn".
_______________________
20.07.1932 St. & L. aan Van Beuningen. (brief nr. 1325)
"De kwestie van de buitenecht in 1783 geboren Mijns is mij niet duidelijk.
Hij zoude m.i. Mijns Schram moeten heten en niet Bakker!"
______________________
22.07.1932 St. & L. aan Van Beuningen (brief nr. 1337)
"Met verwondering nam ik kennis van Uw schrijven van 20 Juli j.l. Het
geheele onderzoek is ingesteld om eventueele onwettige stammen van de lijst
af te voeren. Nu bij uitzondering zoo'n geval zich voordoet, werkt Gij dit
niet uit, maar moet ik U nog op de zaak zelf wijzen, en schrijft Gij, dat
Gij de acte slechts vluchtig hebt doorgezien. Dit was dunkt me een geval om
de acte zeer nauwkeurig te bezien en na te gaan en te vragen of bedoelde
persoon geëcht is".
_________________________
09.08.1932 St. & L. aan Van Beuningen (brief nr. 1406)
"U berekent over Juli 28 dagen, terwijl er, aangenomen, dat U en
alleen aan onze opdracht arbeidde en niets anders deed, maar 26 werkdagen
zijn".
__________________________
11.08.1932 Van Beuningen aan St. & L.
Antwoord van genealoog aan St. & L. over de 28 dagen. De genealoog heeft
ook Zondags en 's avonds aan de afstammingslijsten gewerkt. ( Van Beuningen
had dit bij vorige gelegenheden ook al eens geschreven.)
_________________________
08.12.1932 Van Beuningen aan St. & L.
Als antwoord op de vraag van St. & L. wanneer het werk gereed is:
"Kan U geen beslissende datum noemen, maar dat zal zijn v;
r 1 Maart 1933".
____________________________
03.02.1933 St. & L. aan Van Beuningen (brief nr. ?)
"dat indien niet v; r 15 Febr. Uw reultaten bekend zijn, de geleegenheid om
te reclameeren tegen de ledenlijst weer voor een jaar is vervallen, en dus
zij, die volgens Uw schrijven daarvan zoude moeten afgevoerd, op de lijst
blijven staan".
___________________________
28.02.1933 Van Beuningen aan St. & L.
"Wat nu de laatste erfgooierslijst, die van Bussum aanbelangt, deze is van
absoluut andere inhoud dan die van de overigen gemeenten. Feitelijk
behoorde deze lijst getiteld te worden: 'Erfgooierslijst van te Bussum
vertoefende erfgooiers, resorteerende onder de Gemeente Laren, Blaricum,
Huizen, Hilversum en Naarden'..."
"De bijgevoegde lijsten van inwoners zijn gerangschikt in een lijst Laren,
Blaricum, Huizen, Hilversum."
___________________________
Recapitulatie
- Nog te behandelen na 1842 -
___________________________
30.05.1933 Van Beuningen aan St. & L. (1 1/4 blz. volledig overgenomen)
"Ondergeteekende genealoog te Bloemendaal N.H. aangenomen door den
Rijksarchivaris in/ Noord Holland te Haarlem Jhr. Mr. B.M. de Jonge / van
Ellemeet, blijkens diens gedrukte verslag van het / Rijksarchief in Noord
Holland over het jaar 1931 / om een onderzoek in te stellen voor het
Bestuur / van 'Stad en Lande van Gooiland' naar de wettige / geboorten van
ongeveer 1300 families, voorkomende op/ de erfgooijerslijst van het jaar
1913 en terug-/ gaande tot omstreeks het jaar 1700, uitsluitend / in de
mannelijke lijn, volgens opdracht van den 15 October 1931, nr. 1973 van
genoemd Bestuur / verklaart, dat hij, behoudens de door hem in / het
bijzonder aangewezen gevallen, geen bezwaren / kan inbrengen tegen de
wettige geboorte der leden, / voor zoover hij de afstamming heeft kunnen /
opsporen uit lieden doe op de erfgooierslijsten van / het jaar 1708
voorkomen, of voor zoover hij die / afstamming niet heeft kunnen opsporen,
/ niet de overtuiging heeft gekregen dan zij ten / onrechte als erfgooiers
op de ledenlijsten zijn / geplaatst, en dat hij dit oordeel grond op het /
onderzoek van de Burgerlijke Standregisters der / 6 Gooische gemeenten van
het jaar 1811 / tot en met 31 December 1842 berustende in / het
Rijksarchief in Noord Holland en van / de oude doop-, trouw- en begraafboeken
dezer / 6 gemeenten, eveneens in het Rijksarchief / in Noord Holland
berustend.
Van Beuningen van Helsdingen.
________________________
24.08.1933 Van Beuningen aan St. & Lande
"Ten slotte maak ik u attent op de kolom 'Nog te behandelen na 1842', die
211 personen omvat die geheel buiten dit onderzoek zijn gebleven deze posten
verwijzen of naar registers der 6 Gooische Gemeenten na het jaar 1842 of wel
behooren zij tot een andere dan de 6 Gooische Gemeenten"
Als bijlage gaan hierbij de met rood potlood gemerkte staten A, B, C, D,
die de namen der betreffende personen bevatten. Voor
het verstrekken van gegevens dezer personen zullen wellicht leges kosten
verschuldigd zijn, doch dit is misschien te voorkomen door aan de betreffende personen te verzoeken opzending hunner geboortebewijzen en eventueel
huwelijksinschrijving."
___________________________________________________________________________Ä
GOOISE AANTAL GERECHTIGDEN NAMEN AANTAL RECAPITULATIE AUG. 1933
GEMEENTEN 1708 1930 1965 1930 1965 STAMB V W X Y Z
BLARICUM 104 165 307 31 44 63 (2) 125 6 119 10A 46
BUSSUM 40 299 661 58 76 92 195 85 110 103D 25
HILVERSUM 384 597 1258 84 98 154 271 52 219 74C 105
HUIZEN 238 575 1604 30 57* 72 (2) 384 384 ---- ----
55
LAREN 160 401 684 48 59 94 (2) 250 3 247 24B 68
NAARDEN 112 85 207 26 54 31 (4) 52 26 26 ---- 31
BUITEN GOOI 50 ______________________________
TOTAAL 1088... 2122... 4721...330
VERKLARING:
V = Totaal antal Posten voorkoomende op de erfgooierslijsten
W = Protestante geslachten
X = Roomsch Katholieke en Oud Catholieke geslachten
Y = Nog te behandelen na 1842. (lijst A,B,C, en D heeft niets met de
kolommen te maken)
Z = Aantal opgestelde genealogieën
Bloemendaal Augustus 1933.
Genealogisch-Heraldisch Bureau L.J. van Beuningen van Helsdingen.
____________________________
28.12.1933 St. & L. aan Van Beuningen
Vraag in verband met het opmaken ledenlijst 1934(zie brief 12.12.1933):
"in hoeverre Gij gevorderd zijt met het geval Teunis van Eijden".
____________________________
31.12.1933 Van Beuningen aan St. & L.
"deel ik U mede dat ik Teunis van Eijden nog niet heb kunnen aansluiten.
Mocht ik daartoe niet kunnen geraken, dan is de eenige weg, de personen tot
deze tak dier familie behoorende, niet op de lijsten te plaatsen, tenzij de
belanghebbenden de aansluiting aan de lijst van het jaar 1708 weten te
bewijzen. Trouwens deze conditie zal voor allen dienen te gelden, wier
stamvader niet tot het jaar 1708 terug gaat. Mijn reeds ingeleverde rapport
wijst er op, dat tot deze categorie nog velen behooren. Dat men zich
voorheen niet aan deze voorwaarde gehouden heeft, blijkt nu uit de
voorkomende afwijkingen, die derhalve bewijzen dat men niet met de vereischte
zorg het onderzoek heeft gedaan, waardoor fouten zijn begaan.
Daar U mij verzocht het onderzoek op de 1 Jan. 1934 te beëindigen, zie ik
nader bericht tegemoet of ik dit aldus niet zal voortzetten. Ik deel U
daarom reeds bij voorbaat mede, dat ik mij aan geen tijd voor afdoening
wensch te binden. Ik zal daar echter geen 3 jaar meer noodig voor hebben,
zooals de opvatting is van heeren erfgooiers die ter Rijksarchieve komen;
doch geloof binnen de 1e helft van 1934 gereed te zijn, indien de secretarissen
der Gemeenten Laren en Blaricum aan hun teruggezonden staten,
respectievelijk 20 en 28 October 1933. Ik zond reeds een rapport doch tot
nu toe zonder resultaat."
____________________________
02.01.1934 St. & L. aan Van Beuningen
"In antwoord op Uw schrijven van 31 December j.l. bericht / ik U, dat het
gewenscht is het onderzoek voort te zetten. Wij / zullen de secretarissen
van Blaricum en Laren vragen U zoo / spoedig mogelijk de gevraagde
inlichtingen te verschaffen."/
______________________________
06.01.1934 Aan het Dagelijks Bestuur
In 1912 is een lijst opgemaakt met o.a. de fam. Hom
"Deze lijst is echter m.i. niet aan te merken als een lijst bedoeld in
artikel 6 sub. 2. der Erfgooierswet 1912.
Daar toch staat:
Als vermoeden geldt, dat of zij zelf of bedoelde voorouders voorkomen op
eene der door of vanwege de overheid of de 'Vergadering van Stad en Lande
van Gooiland' vroeger opgemaakte lijsten van tot dat gebruik en genot
rechtens bevoegden.
Genoemde lijst (1913) toch behoorde niet tot de vroeger opgemaakte lijsten
en behoorde vastgesteld te worden met gebruikmaking van de
vroeger opgemaakte lijsten
[verder wordt ook de familie de Nooy genoemd - zie de kopie die van deze
brief is gemaakt - die zich in 1820 in 't Gooi vestigde, maar volgens St. &
L. reeds voorkwam op de lijst van 1708 ]
[Het geslacht Bakker (Hiversum) komt voor op de lijsten 1708, 1805, 1836,
1841, 1876, 1886 onder verschillende gemeenten]
"Verder schrijft de Heer van Beuningen omtrent de geslachten Creijnen
(Krijnen) en Van Eijden (op 14 October 1933): Wat het eerste geslacht
aanbelangt, is Lambert Teunisz Creijnen, die zich omstreeks het jaar 1806
te Naarden zal gevestigd hebben, en wat Van Eijden aangaat zijn het Jan
Rijksz kinderen, n.l. Rijk, Jan en Hannes Hansz van Eijden die zich
omstreeks het jaar 1812 te Naarden en Laren zullen gevestigd hebben en de
kinderen van Everardus Rijksz nog later.
Bij naslaan der oude lijsten blijken voor te komen
Opmerking FdG over de erfgooierslijst van 1913.
In het St. & L. Archief bevindt zich de volgende brief, waarvan hier de korte inhoud volgt:
Brief aan de Commissaris van de Koningin van H.M. Wesseling, voorzitter der
Vergadering van Stad en Lande.
Naarden, 14.01.1913
"Vaststelling lijst is vooraf gegaan door een tijdrovend onderzoek van de
aangifte der belanghebbenden. De vastgestelde lijst bevat ongeveer 260 personen minder
dan zich in de verschillende gemeenten hadden aangemeld."
De hele lijst was reeds in handen van een drukkerij in Amsterdam.
(Wesseling schreef dat door de typografenstaking te Amsterdam het uitbrengen
van de lijst was vertraagd)
________________________
09.01.1934 Van Beuningen aan St. & L.
"Uw brief van 2 dezer beantwoordende / bericht ik U de ontvangst van het
boekje, getiteld / "de Erfgooierswet 1912". Dit herinnert mij wederom / aan
het onverbreekbaar recht aan het erfgooiers- / schap verbonden, n.l. de
wetsbepaling waarbij de / rechten uit dit bezit voortvloeiende erfelijk
blijven / alware het ook, dat een rechtmatige bezitter daarvan / zijn
rechten, door afzegging van het lidmaatschap, kan / prijsgeven. En tot
welke generatie die bevoor- / rechting loopt staat bij het wetsartikel '9'
niet / vermeld, het geldt voor zoons en verdere mannelijke / nakomelingen
in de mannelijke lijn! Een / bepaling die wellicht gemaakt is om de klasse
/ der erfgooiers zoo lang mogelijk in stand te houden. / Hoe dit echter te
rijmen is met het 2e lid van / artikel 5, is mij niet duidelijk, want
volgens dat artikel '5' komen ook niet erfgooiers voor / het lidmaatschap
der vereniging in aanmerking / die als gebruikers van hofsteden zijn
toegelaten / aan welker bezit van ouds het recht tot gebruik / en genot der
gemeene heiden en weiden verbonden was".
[volgt passage over hofsteden en schaarrecht]
"Behalve de officiële lijst van het jaar 1708 bestaan / er alzoo, volgens
uw opgave nog 5 andere. als het / niet te veel werk kost, zou ik gaane daar
afschriften / van hebben./
[volgt een opmerking over Krijnen en Van Eijden]
_____________________
13.01.1934 St. & L. aan Van Beuningen (brief nr. 27)
Antwoord van Stad en Lande aan genealoog Van Beuningen van Helsdingen
Ledenlijst brief nr. 27 13.01.1934
onderzoek afstamming
Dat Gij Art. 5 en 9 der wet niet kunt begrijpen ligt
in het / feit, dat U art. 5 niet goed hebt gelezen. De bewoners der
Hofsteden moeten op de lijst gešplaatst worden, doch hun nakomelingen zijn
geen leden. Zijzelf zijn slechts leden zoolang zij de hofstede bewonen.
Niet aan de persoon maar aan de boerenplaats zit dus het lidmaatschap.
Ik zou U willen verzoeken U te beper- / ken tot de U gegeven opdracht, n.l.
de wettige mannelijke afstam- / ming na te gaan in verband met het
voorkomen van voorders op / door de overheid opgemaakte ledenlijsten.
Van deze lijsten af-/ schriften maken is een te omvangrijk werk. Ik zend ze U
hierbij / in bruikleen. U gelieve ze goed te bewaren en na beëindiging /
van Uw taak ze terug te zenden. /
Bijgaand ontvangstbewijs zal ik / gaarne geteekend terug ontvangen.
_______________________________
17.01.1934 Van Beuningen aan St. & L.
"Hiermede bericht ik U de goede ont-/ vangst van uw brief van 13 dezer met
bijlage, zoomede / de aangeteekende zending erfgooierslijsten. De bijlage /
gaat hierbij geteekend retour, met de opmerking, dat er / niet 31, doch 32
ledenlijsten zijn./
Uw toelichting betreffende de hofsteden, waarop artikel / '5b' doelt, is de
bevestiging van hetgeen ik beweerd heb. Want er bestaan alzoo 2 categorieën
van leden die / op de lijsten voorkomen. Dat de categorie van hen, die /
slechts bewoners der bepaalde hofsteden zijn, en wier na-/ komelingen geen
leden zijn en door U niet vermeld zijn / geworden op de 6 mij toegezonden
ledenlijsten kon ik na-/ tuurlijk tot heden niet weten, aangezien mij dit
nimmer bericht / is en wat de voorwaardelijke plaatsing op de ledenlijsten
aangaat, / die kan alzoo na uw toelichting niet geschieden./ Ten slotte
verzoek ik U beleefd het mij toekomende bedrag
f 312,41 te / gireeren en verblijf ik inmiddels, met de meeste hoogachting"./
Ontvangen uit het archief van Stad en Lande van Gooiland
Alle gemeenten staan volledig bij iedere van de 6 getypte lijsten als volgt
aangegeven: '1 ledenlijst Naarden 1708'. Verkort aangeven door FdG:
Ledenlijst
Naarden,1708 Huizen,1708 Blaricum,1708 Laren,1708 H'sum,1708 Bussum,1708
Naarden,1805 Huizen,1805 Blaricum,1805 H'sum,1805
Naarden,1836 Huizen,1836 Blaricum,1836 Laren,1836 H'sum,1836
Naarden,* Laren,** Bussum,*** Naarden,1875
Naarden,1876 Huizen,1876 Blaricum,1876 Laren,1876 Bussum,1876
H'sum,1877
Naarden,1878
Blaricum,1886 Bussum,1886
Huizen,1887
Naarden,* : Naarden, Bussum en Muiderberg, onbekend jaar
Laren, ** : Laren, onbekend jaar
Bussum,*** : Bussum, vermoedelijk 1841
22.03.1915 Verzocht E. Luden aan Naarden en Hilversum om de originele lijsten
van de Erfgooiers af te staan 'ter afschrijving'. Luden vroeg naar de
lijsten uit de jaren: 1708, 1710, 1805, 1836 en 1877.
________________________________________________________________
25.01.1934 St. & L. aan Van Beuningen
"Hom had de zaak doen onderzoeken door de Heer Schaap uit Huizen".
_________________________
20.02.1934 Van Beuningen aan St. & L.
"Onder verwijzing naar mijn laatste / schrijven dd. 27 Januari j.l. bericht
ik U dat ik de / ledenlijsten van het jaar 1708 grondig bewerkt heb / door
de namen der leden naar alphabetische / volgorde te plaatsen, en tegelijkertijd
te splitsen in / 2 groepen, 1e in die welke geslachtsnamen /
voeren, en ten 2e in die welke slechts een vaders© / naam bezitten, een
zoogenaamde patronymiken / want deze rangschikking is bepaald noodig, wil /
de lijst eenigszins praktisch nut hebben. / Hieronder laat ik een tabellarisch
overzicht / volgen dezer beide groepen, ten einde aan te toonen, /
dat de onder 2 genoemde groep grooter is dan / oppervlakkig schijnt, daar
zij ruim 25% van / het totaal ingeschreven leden der 6 / Gooische Gemeenten
omvat./
Deze lijsten leveren derhalve slechts een gebrekkig / bewijsmateriaal op,
het onderzoek voor de al dan / niet toelaatbaarheid van hen, die zich als
leden / aanmelden. Alleen wanneer deze patronymische namen terecht gebracht
zijn, kunnen / zij aan hun doel beantwoorden./
Had men voorheen bij de namen der leden ook, die hunner vrouwen gevoegd,
dan zou het / onderzoek zeer verlicht zijn geworden. -
Zekerheidshalve heb ik mij daarom tot den algemeene / Rijksarchivaris te
's Gravehage gewend, om te weten / te komen, of ten archieve aldaar nog wat
aanwezig / is om deze lacune aan te vullen./
Wat ik in mijn brief van den 27 Jan. j.l. over deze leden- / lijsten
schreef, met betrekking tot het geslacht Hom / heb ik hiermede dus toegelicht.
Wel komt onder de / patronymike te Hilversum voor Bart Jacobsz/
[Opm. FdG: volgt passage over Hom]
De lijst van Hilversum van het jaar 1805 heb ik op dezelfde / wijze
behandeld, doch deze geeft een beeld van grootte / verwarring, daar zij
niet met de vereischte zorg / gecopierd is. Zij bevat 299 personen en niet
/ 298, zooals onderaan de lijst staat. Van deze / 299 personen zijn er in
1805 reeds 228 overleden en 71 / in leven. Laatstgenoemden zijn genummerd /
no. 1 ontbreekt echter. Dit zal moeten zijn Klaas Willemsz / Andriessen, er
staat v; r zijn naam noch nummer, / noch overleden"
[opm. FdG: Passage over Klaas Jacobs Kort en Hendrik Bakker]
[opm. FdG: Beschrijving van de werkwijze, die de genealoog heeft toegepast
en als tabel naar Stad en Lande op 20 febr. 1934 bij bovenstaande brief had
ingesloten]
Namen der totaal aantal leden - geslachtsnamen - patroniemen uitwonenden
Hilversum …. 435.… 350.… 34 …. 51 (6 patroniemen)
Huizen …. 239... 186 …. 53
Naarden…. 07 (5*) … 87 … 20
Bussum…. 40 …. 19 …. 21
Laren …. 160 …. 72 …. 88
Blaricum… 104 …. 66
_______ _______ _______ _________
1085 … 752 …. 282.… 51 (45 + 6)
Naarden (5*) Dit zijn 5 perceelen:
Huize : 1 Commerrust
" : 1 Cralo
" : 1 Oud Bussum
" : 2 Ouden Naarden
_____________________________________________________________
28.02.1934 Algemeen Rijksarchief aan Van Beuningen
"De origineele lijsten trof ik inderdaad in de verzameling alhier aan, doch
van de lijsten van 1805, 1836 en 1841 mocht ik geen spoor vinden. Wel zijn
hier een tweetal Koninklijke Besluiten respectievelijk 12 Januari 1836 No.
85 en van 2 September 1837 No. 10.8 betrekking hebbende op de verdeling".
____________________________
11.03.1934 Van Beuningen aan St. & L.
Op de Hilversumse ledenlijst van 1805 staat achter veel personen de tekst
'OVERLEDEN'. Van Beuningen informeert hierover bij Stad en Lande.
_____________________________
09.04.1934 St. & L. aan Van Beuningen.
Stad en Lande antwoordt:
"Het woord 'overleden' in de lijst van 1805 nog al
eens voorkomend, is met een andere hand geschreven."
Waarschijnlijk later geschreven.
____________________________
09.05.1934 Van Beuningen aan St. & L.
Bij deze brief is ingesloten een brief van de directeur Dr. J. Sanders.
Sanders is directeur van [met groot briefhoofd:Ä
'Nederlandsch Instituut voor Erfelijksonderzoek bij den Mens
en voor Rassenbiolgie' (Dutch Institute for Human
Genetica and Racebioloy)
Dr.M.J. Sirks voorzitter, Dr. M.A. van Herwaarden
Het instituut vraagt om gebruik te mogen maken van het genea¬logisch
onderzoek van de erfgooiers.
"In het belang van het wetenschappelijk onderzoek mij zooveel mogelijk met
zijn gegevens ten dienste te staan".
13.05.1934 Van Beuningen aan St. & L. [brief ligt tussen 21/3 en 29/4 1935]
De gemeente Blaricum heeft van de 5 oudste lijsten er een het jaar 1886
waarop het jaar, maar niet de datum, van de geboorte van de leden is
vermeld. [opm. FdG: niet letterlijk overgenomen]
"De voorn. lijst van Blaricum (e.a.) heb ik gecontroleerd tot en met het
jaar 1842, gegevens na dien tijd heb ik ter controlering naar de secretaris
van Blaricum gezonden. Over het geheel is het resultaat nogal gunstig
uitgevallen. Enkele duistere punten zijn er, als: Johannes van Eijden, nr.
13 de lijst, geb. 1840, deze kan ik niet tehuis brengen, evenmin Bart
Krijnen, geb. 1838. Wellicht moet voor laatst genoemde gelezen worden:
Bartholomeus Krijnen, geb. 30 Dec. 1829 te Bussum".
enz......
__________________________
18.06.1934 Van Beuningen aan de pastoor van Albersloh (Westfalen)
Brief van 2 bladzijden in het Duits afkomstig van de genealoog en gericht
aan de pastoor van Albersloh (Westfalen)
De genealoog vraagt inlichtingen over de fam Hom. Van de brief is ook een
getypte vertaling aanwezig. Verder is ingesloten een Duitse brief van
02.06.1934.
_____________________________
06.07.1934 Van Beuningen aan St. & L. [brief ligt achter 29.04.193
Deze brief van 6 bladzijden begint met fam. Hom. Verder kritiek op het
kaartsysteem van Stad en Lande. De genealoog vervolgt:
"Hoe het nu mogelijk is dat het geslacht 'Hom' als een erfgooiersgeslacht
erkend is, terwijl daarvoor niet de minste bewijzen bestaan en men dan ook
niet naar een erfgooierslijst heeft kunnen verwijzen is mij tot op heden
een raadsel. Dit wijst op groote oppervlakkigheid om niet te spreken van
een obscure handelswijze. De vraag is nu: Op welke lijst komt dit geslacht
Hom het eerst voor, want de mogelijkheid is niet uitgesloten dat op
dezelfde lijst meer gelijksoortige abuisen voorkomen."
enz........
____________________________
ST. & L. ARCH. 2e CORRESPONDENTIE MAP
Correspondentie tussen Stad en Lande en Van Beuningen van
Helsdingen.
Begint 02.01.1935 met de afwijzing van de familie Bakker.
_________________________
04.02.1935 Van Beuningen aan St. & L.
Fam. De Nooy een Loosdrechtsch geslacht, de 'Nooy', behoorende tot de Herv.
Kerk stammen af van Sijmen Pietersz de Nooy, geb. 1681 te Nieuw Loosdrecht
- diens achterkleinkinderen Pieter Cornelisz de Nooy is hier degene, die
dit Loosdrechtsche geslacht overgebracht heeft naar Naarden. Hij was te
Oud-Loosdrecht geboren ca. 1788 en huwt Marritje Mulder. Uit deze echt zijn
te Naarden 3 kinderen geboren; toen hij woonachtig was op de huize Commerust
even buiten Naarden. Blijkbaar was hij aldaar inwooner onder dienstverband.
Hij laat daarvoor de geboorte inschrijving volgen:
1e geb. te Naarden 3 Januari 1820 Cornelis de Nooy, zoon van Pieter de
Nooy, boerenknegt en Marritje Mulder wonende op 'Commerust' even buiten
deze Stad. (Naarden)
2e geb. te Naarden 5 Juni 1821 Hendrik de Nooy, zoon van Peter de Nooy,
landbouwer en Marritje Mulder, echtelieden, wonende op Oud Naarden, buiten
Naarden.
[opm. FdG: zie het boek 'Oud Naarden' blz. 61, 65, 67. door H. Schaftenaar]
3e geb. te Naarden 26 Dec. 1822 Cornelia de Nooy, dogter van Pieter de
Nooy, landbouwer en Marritje Mulder echtelieden, wonende op Oud Naarden,
buiten Naarden.
De onder '2e' genoemde Hendrik de Nooy huwde Neeltje Vlug. [zie hiervoor
erfgooierslijst Hilversum nr. 156. Hieruit Hendrik de Nooy geb. 14 Mei
1876.
__________________________
18.02.1935 Gemeentebestuur van Blaricum o.a. over fam. de Nooy.
_________________________
18.02.1935 St. & L. aan de hr. Klarenbeek te Blaricum. o.a. over de fam. de
Nooy.
________________________
Tussen 21.03.1935 en 29.04.1935 ligt een brief van 4 bladzijden afkomstig
van de genealoog en gericht aan St.& L. van 13.05.193
. ___________________________
Achter 29.04.193 ligt een brief van 6 bladzijden afkomstig van de genealoog
en gericht aan St. & L. van 06.07.193
___________________________
31.05.1935 Van Beuningen aan St. & L. (2 blz)
____________________________
21.11.1935 Van Beuningen aan St. & L.
Een stukje over de fam. de Nooy.
_________________________Ä
30.05.1933 Van Beuningen aan St.& L. ( 1 1/4 blz.) [ligt verkeert]
[opm. FdG: zie boven 2e Correspondentie Map]
____________________________
15.01.1936 Van Beuningen aan St. & L.
Laatste brief van genealoog van 15.01.1936
"Elk van deze 6 portefeuilles bevat dus gegevens van / hen, die in de
betreffende erfgooierslijst voor onder- / zoek zijn ingediend, terwijl bij
verhuizing / naar een andere gemeente, dit is aangegeven op / de
betreffende genealogische staten./ Iedere portefeuille bevat voorts een
lijst in alfa- / betische volgorde
der behandelde families. In / afwijking met het 1e rapport, door mij in
Augustus / 1933 uitgebracht, heb ik nu geen indeeling gegeven / naar
kerkelijke gezindte, daar zulks toch alleen / betrekking kan hebben op het
totaal aantal / gerechtigden, en anders niet aan het doel beantwoord./
Wat nu de afwijkingen aanbelangt, die het onder- / zoek heeft opgeleverd,
daarvoor verwijs ik U eens- / deels naar mijn 1e rapport, waarin genoemd
zijn: /te Huizen: enz "
[Opm. FdG: Achter Huizen volgen enkele namen waaronder Hom]
______________________
19.10.1935 Stamboom aan de Heer A.P. van den Brink te Laren, Hilv. weg 27
__________________________
Voor de datum 22.01.1936 zit een boekje van het Rijksarchief.
Boekje Rijksarchief van Noord Holland. Het gaat o.a. over voorjaar 1935.
In de tekst staat o.a. "Het bezoekersboek werd door 169 verschillende
personen getekend".
___________________________________________________________________________
STAD EN LANDE ARCHIEF DOOS NR. 151.
Ledenlijst. Onderzoek afstamming
Rouwadvertentie
Heden overleed zacht en kalm
Leonard Jacob van Beuningen
van Helsdingen
in de ouderdom van bijna 75 jaar
A.E.B. van Beuningen van Helsdingen -
van der Heide
Bloemendaal 4 Februari 1937
Bloemendaalsche weg 15
_________________________________________
In 2005 heeft L.M. van der Hoeven een artikel geschreven met de titel:
Twee kanten van de medaille. De gebroeders Reinier en Leonard van Beuningen van Helsdingen als genealogisch opdrachtgever en onderzoeker.
Op bladzijde 162 t/m 164 staat het hoofdstuk ERFGOOIERS. Hierin wordt ingegaan op het stamboomonderzoek dat Leonard in opdracht van 'Stad en Lande' heeft uitgevoerd. Bij zijn onderzoek ging Van Beuningen uit van de ledenlijst van 1931. (en niet van 1913, zoals in het artikel staat)
______________________________________________________
F.J.J. de Gooijer
http://gooijer.netfirms.com/
http://gooijer.nl.jouwpagina.nl/
Voor afbeeldingen en foto's, zie:
http://gooiland.vijftigplusser.nl/
http://weblogfotoboek.50plusser.nl?wbid=1641
Stad en Lande Archief op internet:
http://www.gooienvechthistorisch.nl/
_________________________________________________
______________________________________________________
Labels: Gooise geschiedenis
.jpg)

